Differentiëren: Toepassingen van afgeleiden
Stijgen en dalen
Stijgen en dalen
Een functie is in als groter wordt als groter wordt.
Een functie is in als kleiner wordt als groter wordt.
In het voorbeeld zien we dat een functie ook kan stijgen en dalen. We zeggen dan dat de functie stijgt op het interval en daalt op het interval .
We kunnen nagaan of een functie stijgt of daalt in een punt door te kijken naar de afgeleide in dat punt.
Een functie in een punt als .
Een functie in een punt als .
Een functie kan overgaan van naar (en andersom) in een punt als .
Voorbeeld
Stappenplan | Voorbeeld | |
We willen het interval of de intervallen bepalen waarop de functie . |
||
Stap 1 |
Bepaal de afgeleide van . |
|
Stap 2 |
Bepaal de nulpunten van de afgeleide. |
|
Stap 3 |
Bepaal van punten links en rechts van de nulpunten of positief of negatief is. |
en |
Stap 4 |
Bepaal nu het interval/de intervallen waarop stijgt. De functie stijgt als . |
op |
Stap 1 | We bepalen de afgeleide van met behulp van de machtsregel. Dat geeft: |
Stap 2 | We lossen de vergelijking op. Dat gaat als volgt: |
Stap 3 | |
Stap 4 | Dus de functie is stijgend op het interval en dalend op het interval . Dus . |

omptest.org als je een OMPT examen moet maken.