Vectorruimten: Vectorruimten en lineaire deelruimten
Rechten en vlakken
We generaliseren nu de begrippen rechte en vlak naar de context van een vectorruimte.
Rechte
Laat en twee vectoren in een vectorruimte zijn en stel . Dan heet de verzameling vectoren
een rechte in de vectorruimte. De vector heet steunvector van de rechte en de vector richtingsvector.
De beschrijving van de rechte als heet een parametervoorstelling van de rechte (met parameter ).
Als de vectorruimte of is, dan komen de definities overeen met die van een geparameteriseerde rechte. Er is dus inderdaad sprake van een generalisatie van het Euclidische vlak en de Euclidische ruimte naar het geval van een algemene vectorruimte.
In de parametervoorstelling komen alleen een som en een scalair product van vectoren voor. Daarom is het mogelijk deze meer algemene definitie te geven.
Elke vector op de rechte met parametervoorstelling
kan fungeren als steunvector van : is namelijk een vast getal, dan is eenvoudig na te gaan dat de rechte gegeven door de parametervoorstelling
dezelfde rechte is als . Immers, door een vector van te herschrijven als zien we dat vectoren van ook tot behoren, en door te herschrijven als stellen we vast dat elke vector op ook op ligt.
De richtingsvector van is uniek bepaald tot op een scalair veelvoud.
Vlak
Laat , , drie vectoren in een vectorruimte zijn, zodat geen scalair veelvoud van is, en geen scalair veelvoud van . De verzameling vectoren
heet een vlak in de vectorruimte met steunvector en richtingsvectoren en .
Deze beschrijving heet een parametervoorstelling van het vlak (met parameters en ).
Als de vectorruimte is, dan komen de definities overeen met de eerder gegeven definities betreffende een geparameteriseerd vlak in de ruimte. Er is dus inderdaad sprake van een generalisatie van het Euclidische vlak en de Euclidische ruimte naar het geval van een algemene vectorruimte.
Later zullen we de condities op de twee richtingsvectoren formuleren als: en zijn lineair onafhankelijk.
Alweer kan elke vector in het vlak fungeren als steunvector.
De richtingsvectoren kunnen variëren binnen de lineaire combinaties van en , en wel zodanig dat aan de gestelde eis dat geen van de twee een scalair veelvoud van de ander is, voldaan blijft. Dit is in te zien met redeneringen die vergelijkbaar zijn met het geval van de rechte. De eis heeft tot gevolg dat en .
Rechten en vlakken zijn dus verzamelingen van de vorm voor een gegeven vector en een lineaire deelruimte . In het algemene geval (van willekeurige deelruimten in plaats van alleen rechten en vlakken, ofwel: willekeurig veel parameters) heet deze verzameling een affiene deelruimte.
Rechten en vlakken hebben veel te maken met lineaire deelruimten maar zijn dat zelf niet altijd:
Rechten en vlakken door de oorsprong
Een rechte of vlak is dan en slechts dan een lineaire deelruimte als het bevat. Dit is precies dan het geval als de steunvector een lineaire combinatie van de richtingsvectoren is.
Rechten en vlakken worden bepaald door twee, respectievelijk drie vectoren:
Rechte en vlak door een gegeven stel punten
Laat , en drie verschillende vectoren zijn die niet alle drie op een rechte liggen.
- Er is een unieke rechte die en bevat; deze heeft parametervoorstelling .
- Er is een uniek vlak dat , en bevat; het heeft parametervoorstelling .
Neem , . Dan is , zodat bestaat uit de vectoren
We concluderen dat het vlak is in met steunvector en richtingsvectoren en .
omptest.org als je een OMPT examen moet maken.