Vectorrekening in vlak en ruimte: Bases en coördinaten
Rechten in het coördinaatvlak
Door coördinaten vast te leggen kunnen we in #\mathbb{R}^2# rekenen. Dit geeft ons de mogelijkheid de coördinaten, vaak aangegeven met #x# en #y#, te gebruiken. In het bijzonder kunnen we een rechte lijn beschrijven door middel van een lineaire vergelijking.
Laat #\ell# een rechte in het coördinaatvlak #\mathbb{R}^2# zijn met steunvector #\rv{a, b}# en richtingsvector #\rv{u, v}#. Naast de parametervoorstelling van de rechte:
\[\rv{x, y} = \rv{a, b}+ \lambda\cdot\rv{ u, v}\]is #\ell# ook te beschrijven als de verzameling van oplossingen #\rv{x,y}# van de vergelijking\[v\cdot x - u\cdot y = v\cdot a - u\cdot b\tiny.\]
Natuurlijk kunnen we ook gewoon schrijven: #x = a + \lambda\cdot u# en #y = b + \lambda\cdot v#. Door #\lambda# te elimineren uit deze twee relaties vinden we een vergelijking van de rechte: vermenigvuldig #x = a + \lambda \cdot u# met #v# en #y = b + \lambda\cdot v# met #u# en trek af: \[v\cdot x - u\cdot y = v\cdot a - u\cdot b\]
een lineaire vergelijking met onbekenden #x# en #y#.
Vergelijkingen van rechten zijn niet uniek, net zo min als parametervoorstellingen. Vermenigvuldig je bijvoorbeeld een vergelijking met 2, dan beschrijft het resultaat natuurlijk dezelfde rechte.
Een parametervoorstelling van een rechte beschrijft de vectoren/punten van een rechte expliciet: voor elke #\lambda# vind je een vector/punt op de rechte (of de coördinaten daarvan). Een vergelijking van een rechte beschrijft de rechte impliciet: #\rv{y_1, y_2}# ligt op de rechte dan en slechts dan als de coördinaten aan de vergelijking voldoen.
De lijn door #A# en #B# heeft parametervoorstelling #A+\lambda\cdot (B-A)#. Als we de coördinaten invullen, staat hier \[\rv{14,-36}+\lambda\cdot\rv{158-14,-180+36}=\rv{14+144\lambda,-36-144\lambda}\tiny.\] Om te onderzoeken of hier een punt van de lijn #l# gegeven door de vergelijking #6 x +6 y +132=0# in zit, vullen we deze coördinaten voor de variabelen #x# en #y# in de vergelijking in\[\begin{array}{rclcl} 6( 14+144\lambda)+6 (-36-144\lambda) +132 &=& 0 &\phantom{x}&\color{blue}{\text{coördinaten ingevuld}}\\ 0+0\lambda &=& 0 &\phantom{x}&\color{blue}{\text{vereenvoudigd}}\\ \lambda &=& error &\phantom{x}&\color{blue}{\text{opgelost}}\\ \end{array} \]Omdat de waarde van #\lambda# niet tussen #0# en #1# ligt, behoort het snijpunt #A+error \cdot (B-A)# niet tot het lijnstuk #AB#. Vandaar dat het antwoord nee is. Zie de figuur hieronder.

omptest.org als je een OMPT examen moet maken.